De dichter en het Beest

Het was een onwaarschijnlijke ontmoeting met een nog onwaarschijnlijkere afloop. De korte maar intense omgang tussen de Portugese literator Fernando Pessoa en de omstreden Britse magiër Aleister Crowley leidde in 1930 na de geënsceneerde zelfmoord van de laatste bij een verlaten rotspartij in de buurt van Lissabon genaamd ‘A boca do Inferno’(de mond van de hel) tot grote commotie in de internationale pers. De afgelopen maanden was de episode het onderwerp van een felle strijd tussen de nazaten van Pessoa en de Portugese staat. Inzet van die strijd waren de rechten op de correspondentie tussen de twee grootheden, die door een nicht en een neef van Pessoa, samen met een nagelaten verzameling foto’s, tijdschriften en andere documenten, bij een veilinghuis in Lissabon te koop was aangeboden en door de Portugese overheid vervolgens tot ‘patrimonio do estado’ (cultureel erfgoed van de Portugese staat) werd uitgeroepen, zulks om te voorkomen dat het werk over de grens zou verdwijnen. Pessoa, bij leven vrijwel obscuur, is uitgegroeid tot de nationale dichter van Portugal, zijn werk wordt beschouwd als de sublieme uitdrukking van het gecompliceerde Portugese levensgevoel en is inmiddels in 35 talen verschenen. De nationalisering van Pessoa’s erfenis kent precedenten: in de tijden van dictator Salazar werden ook fadozangeres Amália Rodrigues en voetballer Eusébio tot ‘patrimonio de estado’ verklaard om te voorkomen dat ze zich in het buitenland zouden vestigen.
Al in 1978 verwierf de Portugese overheid de circa 27.000 pagina’s aan - grotendeels onuitgegeven - romans, verhalen, gedichten en essays die de dichter bij zijn dood in 1935 in een paar koffers had achtergelaten, alsmede diens bibliotheek. Toen literaire onderzoekers in 2008 thuis bij Pessoa’s nicht Manuela Nogueira in haar verzameling nog een losse kaft aantroffen van een boek dat dertig jaar eerder al aan de staat was verkocht, was dat aanleiding haar ervan te beschuldigen materiaal te hebben achtergehouden. Op die gronden dreigde de staat de veiling van het dossier Pessoa-Crowley, waarvoor de autoriteiten eerder geen belangstelling hadden getoond, te verbieden. De familie van Pessoa reageerde verontwaardigd op wat werd beschouwd als een inbreuk op hun vrije beschikking over het erfgoed. Ze wezen erop dat ze volop hadden meegewerkt aan de digitalisering van het dossier Pessoa-Crowley ten behoeve van de archieven van de Nationale Bibliotheek van Portugal en hun dus niets te verwijten viel. De geschiedenis van het achtergehouden boekomslag kenschetsten zij in een open brief aan een Portugse krant als ‘kwaadsprekerij, bedreven door buitenlandse literaire arrivés met een honger naar faam’. De hoog oplopende polemiek eindigde er mee dat het Portugese ministerie van Cultuur het 800 pagina’s tellende dossier Pessoa-Crowley (dat naast brieven onder meer een onvoltooide detectiveroman van de hand van Pessoa bevat over de ‘verdwijning’ van Crowley) voor 130.000 euro in handen kreeg.
Een internationaal gezelschap van literair deskundigen heeft zich inmiddels op het dossier gestort. Of zij tot wereldschokkende ontdekkingen zullen komen is de vraag, aangezien Pessoa’s neef Luís Miguel Rosa Dias in 2001 onder de titel ‘Encontro Magick’ een boek publiceerde waarin de ontmoeting tussen Pessoa en Crowley aan de hand van de originele documenten al in détail staat gereconstrueerd. Eind mei jl. gaf Rosa Dias, van huis uit chirurg, verdere opening van zaken tijdens een tweedaags congres over de relatie tussen Pessoa en Crowley in het Casa Fernando Pessoa, het voormalige woonhuis van de dichter aan de Rua Coelho da Rocha in Lissabon, dat dienst doet als museum. De conferentie stond onder leiding van prof. dr. José Manuel Anes, een prominente Portugese vrijmetselaar die diverse studies schreef over de verborgen boodschappen in het oeuvre van Fernando Pessoa en tevens verbonden is aan de European Society for the Study of Western Esotericism (ESSWE). Voor een exclusief gezelschap van 66 toehoorders (een symbolisch getal, geheel in overeenstemming met de voorkeur voor het occulte van zowel Pessoa als Crowley) gaf Anes ook een rondleiding langs de Boca do Inferno, de desolate rotspartij aan de kust van de Atlantische Oceaan bij Cascais, 30 kilometer van Lissabon, alwaar Aleister Crowley met behulp van Fernando Pessoa eind september 1930 zijn zelfmoord in scène zette. De vraag die bij dit alles overheerste, luidde: wat bewoog Crowley tot zijn pseudo-suïcide, en vooral, welke rol speelde Pessoa in dit staaltje performancekunst avant la lettre, dat indertijd tot in alle uithoeken van de wereldpers doorklonk?
Aleister Crowley (1875-1947), alias ‘Het Beest 666’, wordt bij leven in de Britse sensatiepers genoemd als ‘de meest kwaadaardige man van Engeland’. Hij haalt voortdurend de krant door beschuldigingen van drugsmisbruik - hij was verslaafd cocaïne en heroïne -, satanistische praktijken en verboden seksuele riten. Deze telg uit een vermogende bierbrouwersfamilie, opgeleid in Cambridge en eigenlijk voorbestemd tot een carrière in de diplomatie, is de vleesgeworden ‘Bürgerschreck’. Hij koestert een vurige haat tegen het bekrompen Victoriaanse milieu waaruit hij stamt. Al vroeg besluit hij zijn echte voornamen - Edward Alexander - te veranderen in Aleister, want hij wil niet dezelfde naam dragen als zijn vader, een conservatieve godsdienstfanaat met zendingsdrang. Hij heeft een roeping tot de hogere kunsten, studeert voor beeldhouwer aan de zijde van Auguste Rodin in Parijs, is een verdienstelijk portretschilder en schrijft gedichten. Daarnaast is hij een onvermoeibaar wereldreiziger en alpinist. Hij shockeert zijn omgeving door zijn vele affaires met leden van beiderlei kunne. Zijn lijfspreuk luidt: ‘Do What Thou Wilt Shall Be The Whole Of The Law’, die wel wordt geïnterpreteerd als een vrijbrief voor het botvieren van alle lage lusten, maar ook zou kunnen worden opgevat als een uitnodiging tot een innerlijke ontdekkingsreis. Crowley staat op intieme voet met schrijvers als Wiliam Somerset Maugham (die hem vereeuwigt in zijn roman.The Magician, uit 1909), Aldous Huxley en Christopher Isherwood. Boven alles is hij de stichter van een invloedrijke occulte school, ‘Magick’ genaamd, waarin magie en tantrische seks een centrale plaats vervullen.
In 1898 treedt Crowley toe tot de Hermetic Order of the Golden Dawn, een exclusief esoterisch gezelschap dat zich toelegt op de studie van de Kaballah, alechemie, tarot, astrologie en magische rituelen uit de keuken van de vrijmetselarij. Bram Stoker (de schrijver van Dracula) en Constance Wilde (echtgenote van Oscar Wilde) zijn medeleden, zo ook dichter William Butler Yeats. Al snel komt Crowley in aanvaring met Yeats, die hem beschuldigt van ‘immoreel gedrag’. Crowley wordt uit de Orde gezet en gaat yoga en meditatie studeren bij diverse goeroes in India en Ceylon. Hij publiceert spraakmakende boeken met esoterische inzichten, die hij naar eigen zeggen met behulp van ‘écriture automatique’ gedicteerd krijgt door ‘Meesters’ van gene zijde. Deze werken vallen op bij de van oorsprong Duitse Ordo Templi Orientis (O.T.O), een genootschap dat zichzelf heeft uitgeroepen tot de opvolger van de geheimzinnige middeleeuwse Orde der Tempeliers, die op last van het Vaticaan is vernietigd. Crowley treedt toe tot de O.T.O en staat vanaf dat moment onder verdenking van pro-Duitse sympathieën, hetgeen hem tijdens de Eerste Wereldoorlog in de problemen brengt wanneer hij in de Verenigde Staten anti-Britse artikelen publiceert.
In 1922 baart Crowley opzien met zijn autobiografische roman ‘Diary of a Drug Fiend’, over een drugsverslaafde die probeert af te kicken. De roman vestigt zijn anti-burgerlijke status, en vanaf dat moment wordt hij overal kritisch gevolgd door de autoriteiten. In 1922 wordt Crowley als persona non grata uitgewezen uit Italië, waar Mussolini net aan de macht is gekomen. In 1929 gebeurt hetzelfde in Frankrijk, waar de autoriteiten de O.T.O - waarvan Crowley inmiddels aan het hoofd staat - beschuldigen van spionage ten bate van Duitsland. Bij een inval in zijn Parijse appartement treft de Franse politie naar eigen zeggen een machine aan waarmee drugs kunnen worden vervaardigd. Volgens Crowley is het apparaat in kwestie een broodmixer, maar dat kan niet voorkomen dat hij als ongewenst vreemdeling over de grens wordt gezet.
Zo explosief Crowley zijn leven leidt, zo teruggetrokken en introvert brengt Fernando Pessoa (1888-1935) zijn bestaan door. Hij is in bijna alles het tegendeel van Crowley: literair kluizenaar, mensenschuw estheet, in vrijwillige opsluiting in de cafés van Lissabon, waar hij bijna voor iedereen onzichtbaar schrijft aan een ontzaglijk oeuvre waarvan hij bij leven vrijwel niets publiceert. Zijn biografen betwijfelen in ernst of Pessoa ooit wel het bed met iemand deelde, in ieder geval beperkt zijn liefdesleven zich voor zo ver bekend tot één - voortijdig afgebroken - verloving. Pessoa voorziet in zijn levensbehoeften met het verzorgen van zakelijke correspondentie ten behoeve van bedrijven en wordt intussen door tal van neuroses gekweld. ‘Een van mijn geestelijke complicaties - verschrikkelijker dan woorden kunnen uitdrukken - is de angst om gek te worden, hetgeen op zich al een gekte is’, schrijft hij in 1908, twintig jaar oud. De zelfmoord van zijn vriend en collega-literator Mário de Sá-Carneiro, die zichzelf in 1916 met behulp van gif op jonge leeftijd van het leven berooft, is een grote schok voor Pessoa. Zijn trouwste compagnon is de portwijn, die hij dagelijks in grote doses tot zich neemt, samen met 80 sigaretten per dag, en hem uiteindelijk komt te staan op een fatale levercirrose.
Een groot deel van zijn jeugd brengt Pessoa door in Zuid-Afrika - zijn moeder was hertrouwd met de Portugese consul aldaar - en zo leerde hij perfect Engels. Het maakt hem tot een anglofiel voor het leven en zijn officiële literaire debuut bestaat uit een verzameling Engelstalige gedichten. Reeds als scholier ontwikkelt Pessoa de manie om te schrijven uit naam van andere, gefingeerde persoonlijkheden. Zo richt hij brieven aan zijn medeleerlingen en zijn leraren namens een - niet bestaande - psychiater die hem in behandeling zou hebben genomen en informatie wil inwinnen over het karakter van zijn patiënt. Die vlucht in andere persoonlijkheden groeit uit tot de essentie van zijn literaire activiteit, zo zeer dat hij eens schrijft dat ‘Fernando Pessoa, strikt genomen, niet bestaat’.
Wat Pessoa met Crowley bindt is een fascinatie voor occulte fenomenen en esoterische stromingen. Net als Crowley, die het christendom vergelijkt met ‘een oude Egyptische mummie die uit elkaar begint te vallen zodra hij wordt blootgesteld aan het daglicht’, ziet Pessoa de kerk als een natuurlijke bondgenoot van ‘Domheid, Fanatisme en Tirannie’, zoals hij vlak voor zijn dood schrijft in een autobiografische notitie. In diezelfde notitie meldt hij ingewijd te zijn in de ‘schijnbaar uitgestorven Orde van de Tempeliers in Portugal’. Pessoa is er van jongs af aan van overtuigd dat er ‘andere werelden bestaan, anders dan de onze, maar daarom niet minder reëel, misschien zelfs reëler’. Pessoa vertaalt vele boeken uit de bloeiende esoterische school van het begin van de 20ste eeuw en zo komt hij ook in contact met het werk van Aleister Crowley. Bij lezing van diens autobiografie ‘Confessions’ treft Pessoa een fout aan in de horoscoop van de auteur, reden diens uitgeverij in Engeland aan te schrijven. In de brief wijst Pessoa erop dat Crowley volgens zijn eigen autobiografie eerder is geboren dan het tijdstip dat de horoscoop die in zijn boek staat afgedrukt vermeldt. Ook zendt Pessoa enkele Engelstalige gedichten van zijn eigen hand. Crowley stuurt per kerende post een dankbrief terug en kondigt zijn komst naar Lissabon aan om Pessoa persoonlijk te ontmoeten.
‘Aleister Crowley is een universeel bekende naam, vooral vanwege de extreem gewelddadige campagnes die tegen hem gevoerd zijn door enkele grote kranten in Engeland en Amerika,’schrijft Pessoa later. ‘Ik kende zijn naam vanwege deze campagnes, en kon toen nog niet voorzien dat deze man een van de grootste dichters van Europa was, een schrijver met een buitengewone persoonlijkheid[...] De indruk die de Engelse kranten me in alle onschuld en onwetenheid gaven was dat Aleister Crowley niet minder was dan de chef van een immorele en satanische sekte, de grootste vijand van het christelijke geloof, de meester van alle vrijmetselaars en supervrijmetselaars, een spion van de Duitsers, een spion van de Sovjet-Unie, een kannibaal (!), en nog tal van andere zaken die de kranten niet dorsten af te drukken. Uit al deze lectuur bleef me de vage indruk bij dat de man die zo werd aangevallen over een wel heel sterke persoonlijkheid zou moeten beschikken, beschuldigd als hij werd van het plegen van alle misdaden en alle zonden’.
Op 2 september 1930 arriveert de 54-jarige Aleister Crowley samen met het 19-jarige Duitse model Hanni Jaeger per schip in de haven van Lissabon. De eerste woorden die Crowley, wiens reis ernstige vertraging heeft opgelopen, tot Pessoa spreekt: ‘Wat een manier van begroeting om zo’n mist op me af te sturen!’ Het paar vestigt zich in een hotel in de badplaats Estoril, waarna Pessoa twee weken niets meer van Crowley verneemt. Op 18 september ontvangt Pessoa een brief van Crowley waarin de laatste vertelt dat zijn vriendin twee dagen eerder na een knallende ruzie - de bijnaam die Crowley haar gaf luidt niet voor niets ‘het monster’- uit het hotel is verdwenen en sindsdien van de aardbodem lijkt verdwenen. Diezelfde dag ontmoeten Pessoa en Crowley elkaar. Pessoa schrijft dat Crowley ‘zeer verontrust was door de verdwijning van Miss Jaeger: hij vertelde dat ze zeer in de war was, dat ze zichzelf wilde ombrengen en dat ze zich achtervolgd waande door een zwarte magiër genaamd Yorke.’ Pessoa schakelt een bevriende politiechef in, maar ook deze weet geen uitkomst te bieden. Crowley neemt zijn intrek in een hotel in Lissabon en heeft die week dagelijks een ontmoeting met Pessoa, met wie hij schaak speelt en praat over gezamenlijke literaire ondernemingen, wachtend op nieuws van Hannie Jaeger.
Eind september volgt het spektakelstuk. Op zaterdag 27 september publiceert de Portugese krant Diário de Notícias een artikel met de strekking dat Aleister Crowley tijdens zijn verblijf in Portugal plotseling van de aardbodem is verdwenen en dat er een afscheidsbrief van hem is gevonden bij de Boca de Inferno. De brief, geadresseerd aan Hanni Jaeger per adres van het hotel waar zij met Crowley verbleef, luidt:

‘Jaar 4, Zon in Weegschaal.
L.G.P.
Ik kan niet leven zonder jou. De andere Mond van de hel zal me opslokken - ze zal niet zo heet zijn als de jouwe.
Hisos!

TU
LI
YU’

De brief gaat vergezeld van een sigarettenkoker met oud-Egyptische symbolen die later aan Fernando Pessoa blijkt toe te behoren. Het artikel in de Díario de Noticías is geschreven door een verslaggever met wie Pessoa bevriend is. Al snel vinden verslaggevers van andere kranten - ook Britse en Franse - hun weg tot de Portugese auteur, die bereidwillig de boodschap in het afscheidsbriefje ontcijfert. Jaar 4 is 1930 in de persoonlijke jaartelling die Crowley erop nahoudt. Zon in weegschaal is een astrologische term voor een tijdvak dat begint op 23 september. L.G.P., aldus Pessoa, moet een afkorting zijn voor een geheime naam die Crowley aan zijn minnares heeft gegeven. Het woord Hisos is niet te ontcijferen, doch Tu Li Yu is de naam van een Chinese wijsgeer die 3000 jaar eerder leefde en van wie Crowley zichzelf als een reïncarnatie beschouwt, zo vertelt Pessoa, die in die dagen die erop volgen ook nog wordt geconsulteerd door de Portugese politie. De laatste instantie komt erachter dat Crowley - of in ieder geval iemand met diens paspoort - op 23 september 1930, dus precies op de dag van zijn vermeende sprong van de kliffen van de Boca do Inferno, de Spaanse grens is overgegaan. Hanni Jaeger, zo ontdekt de politie, is al dagen eerder per schip uit Lissabon vertrokken. Om het raadsel nog te vergroten meldt Pessoa dat hij Crowley - ‘of diens geest’- na 23 september, nog twee keer heeft zien rondlopen in het centrum van Lissabon. Enige weken lang wordt Aleister Crowley ook door zijn naaste vrienden dood gewaand, totdat hij in Berlijn opduikt op een expositie van zijn schilderijen, met Hanni Jaeger aan zijn zijde.
In zijn later uitgegeven dagboeken schrijft Crowley dat zijn stunt aan de Boca do Inferno bedoeld was om indruk te maken op zijn jonge geliefde. Wellicht speelden ook overwegingen van literair-commerciële aard mee: zo verzocht de magiër eerder dat jaar in Parijs een correspondent genaamd Francis Dickie te schrijven dat Crowley zelfmoord had gepleegd, want dat zou de verkoop van zijn boeken enorm stimuleren, waarna Dickie royaal zou meedelen in de winst. Dickie bedankte voor de eer, maar enkele maanden later wist Crowley met behulp van Fernando Pessoa het complot wel te verwezenlijken. Of het een en ander ten goede kwam aan de verkoop van zijn boeken is onbekend, maar significant kan de omzetstijging niet geweest zijn: enkele jaren later werd Crowley, altijd in geldnood, bankroet verklaard. Pessoa en Crowley bleven na de episode aan de Boca do Inferno nog kort met elkaar corresponderen over een vertaling van een van Crowley’s gedichten - A Hymn to Pan - die Pessoa had beloofd op zich te nemen. Pessoa vertaalde inderdaad een fragment van het gedicht, dat hij aanbood aan een Portugees literair tijdschrift. Ironisch genoeg was de redacteur van het desbetreffende tijdschrift ervan overtuigd dat Aleister Crowley een van Pessoa’s heteroniemen was. De vertaling werd nooit gepubliceerd.