Gedicht van de week: Gezang voor de werkers op het land

Gezang voor de werkers op het land

door Bernardo de Passos (1876-1930)

Vertaling: Rosalie Koolhoven

Ik ben een boer, ik schoffel de aarde
Waaruit de bloemen groeien en het graan.
Ik geef de anderen de overvloed,
En thuis heb ik geen brood.
Vandaag plant ik bomen en duivenranken
Ik ploeg de grond om, bewater de tuin,
En morgen, als ik oud ben,
Zal ik bedelen van deur tot deur.
De Zon verwarmt alle mensen,
Weigert geen licht, aan niemand,
Houdt van wie goed is en wie wreed,
Net zoals Jezus dat deed…
Hoe meer fruit de boom draagt,
Hoe meer de takken buigen naar omlaag.
Hoe rijker de mens geworden is,
Des te groter worden zijn ambities.
Het leven van de arme is zo:
- Werken als hij jong is,
En in de ouderdom aan het bedelen
Net als de hond op zoek naar een bot.
Sterft een rijke, luidt de beiaard de klokken!!
Sterft een arme, is er geen beiaard!
Welke God is die van de paters
Die in geen armenhuis voorzien?
Als ik geen brood heb, en mijn kinderen
Me huilend vragen om eten,
Geef ik ze kusjes, de arme zielen!
Wat meer kan ik ze niet geven…
Ik bespeur onrust in de wereld
Die een nieuwe dag aankondigt.
Er lopen profeten op de aarde
Die de armen openen voor het volk!
De zon bracht een bloedrood ter wereld
En de maan dezelfde kleur.
Roepen de monden: Meer brood!
En de harten: Meer liefde!

******

Cantigas para os trabalhadores dos campos

Sou cavador, cavo a terra
Donde nasce a flor e o grão.
Dou aos outros a fartura,
E em casa não tenho pão.
Hoje planto árvor’s e vinha,
Lavro a terra, rego a horta,
E amanhã, em sendo velho,
Pedirei de porta em porta.
O sol a todos aquece,
Não nega a luz a ninguém,
Ama os bons e ama os maus,
E assim foi Jesus também…
A árvore, quanto mais fruto,
mais baixa os ramos pra o chão.
O homem, quanto mais rico,
Mais ergue a sua ambição.
A vida do pobre é isto:
- Trabalhar enquanto moço,
E em velho andar às esmolas
Como o cão que busca um osso.
Morre um rico, dobram sinos!
Morre um pobre, não há dobres!
Que Deus é esse dos padres
Que não faz caso dos pobres?
Se pão não tenho, e os meus filhos
Me pedem pão a chorar,
Dou-lhes beijos, coitadinhos!
Que mais não lhes posso dar…
Sinto no mundo um romor
Que anuncia um dia novo.
Andam profetas na terra
Abrindo os braços ao povo!
O Sol nasceu cor de sangue
E a Lua da mesma cor.
Gritam as bocas: Mais pão!
E os corações: Mais amor!