Met zijn grote tentoonstelling Africa seen through the eyes of two generations (1938-1995) in Porto eert de Nederlandse fotograaf Ernst Schade het continent waar hij zijn hart aan heeft verpand én zijn bij leven vervreemde vader.

 

TEKST: RENÉ ZWAAP

Ernst Schade: ‘Ik heb mijn vader, Carol Alexander Schade, eigenlijk niet goed gekend. Hij was een rechtse houwdegen, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog tweede commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in Noord-Brabant en van 1944-1947 adjudant van prins Bernhard. Hij haatte alles wat naar links rook: toen ik me als student tropische landbouwkunde in Deventer aansloot bij het als links bestempelde Angola Comité, verbrak hij alle contact met mij.  Later, vlak voor zijn dood in 1977, werd ik vergeven, maar in feite is mijn vader voor mij een vreemde gebleven. Als kind groeide ik op in verschillende jongensinternaten, mijn ouders waren gescheiden, dus tijdens mijn jeugd hadden we evenmin een nauwe band. Wel kreeg ik voor mijn zevende verjaardag van hem mijn eerste camera, een Agfa Clack, maar dat mijn vader zelf ook in Afrika was geweest en daar had gefotografeerd en gefilmd, ontdekte ik pas lang na zijn overlijden, toen ik via een omweg de nalatenschap van zijn reis in 1938 met een hele collectie foto’s, films, dagboeken, logboeken, benzinebonnen en hotelfacturen in handen kreeg. Toen voelde ik voor het eerst een zekere nabijheid tot hem.’

Moergestel, De Hooge Braaken. Zomer 1954. Ernst met zijn vader Carol. Foto Mulder, Tilburg

Het bleek zelfs dat hij op veel dezelfde plekken was geweest en in hotels had gelogeerd waar ik later zelf ook had verbleven. Uit Rotterdam reisden hij en een vriend in april 1938 met een Ford V8 Woody Wagon op de boot via Lissabon naar Zuid-Afrika. De Afrika reis duurde zeven maanden en voerde hen door Zuid-Afrika, Rhodesië (nu Zimbabwe), Mozambique, Nyasaland (nu Malawi), Tanganyika (nu Congo), Oeganda, Soedan naar Egypte, een traject van in totaal 27,834 kilometer’.

Het traject van de reis door Afrika van vader Schade in 1938.

Ik tref  fotograaf Ernst Schade (1949) in een bar in het hartje van Porto, waar enkele dagen tevoren in het  Centro Português de Fotografia, gevestigd in de 18-eeuwse voormalige gevangenis aan de Largo Amor de Perdição, onder grote belangstelling de expositie ‘Africa seen through the eyes of two generations (1938-1995)’ van start is gegaan. Daarin combineert Schade een selectie van zijn eigen foto’s uit Zuid-Afrika, Mozambique en Guinee-Bissau met de Afrikaanse foto’s en reisdocumenten van zijn vader. Met de fraai ingerichte expositie wordt niet alleen een king size generatiekloof postuum overbrugd, er worden ook twee manieren van kijken naar Afrika gepresenteerd: afstandelijk en koel vanuit de vader, betrokken en intens bij de zoon.

De Ford Woody Wagon van vader Schade onderweg in Afrika. Foto: Archief Ernst Schade.

SEKSUELE UITBUITING

Ernst Schade: ‘Na mijn studie kwam ik in Afrika terecht om te werken voor diverse ontwikkelingsorganisaties in achtereenvolgens Zambia, Mozambique en Zimbabwe. In Mozambique woedde een bloedige en slepende burgeroorlog en hulp aan de vele vluchtelingen werd een van mijn hoofdtaken. Ik begon toen ook te fotograferen: de opdrachtgevers en donors hadden behoefte aan beeldmateriaal, om te kunnen zien hoe de situatie ter plekke was.  In Mozambique werkte ik in de jaren  ’80 en ‘90 voor een Noorse NGO, Redd Barna  (Save the Children) en was ik betrokken bij een aanklacht tegen Italiaanse VN-militairen, die zich schuldig hadden gemaakt aan seksuele uitbuiting van minderjarigen in de provincie Manica. Die Italiaanse troepen hadden geen enkel respect voor de lokale bevolking: met hun roekeloze rijgedrag veroorzaakten ze het ene ongeluk na het andere, en voor de schade weigerden ze op te draaien. De eerste verdenkingen rezen toen er in hun gevolg erg jonge meisjes met erg korte rokjes waren gezien. Redd Barna  had in die tijd ook de taak om kinderen die hun ouders hadden verloren in het oorlogsgeweld te herenigen met hun familie. Op een avond laat kreeg ik van twee stafleden bericht dat de Italianen zich in een nachtclub misdroegen. Ik spoedde erheen en trof zo’n vijftig Italiaanse soldaten: op een podium stonden vier naakte meisjes en vier van die soldaten, ook geheel  ontkleed. Ze droegen allemaal een nummer op hun lijf, waarop uit de zaal geroepen werd welk nummer zich op welk nummer moest storten. Alles werd door de Italianen zelf  op camera vastgelegd.’

Maputo, 25 juni 1975: proclamatie van de onafhankelijkheid van de republiek Mozambique. Vooraan derde links president Samora Machel. Achterste rij rechts Ernst Schade.

Schade wist via een bevriende lokale fotograaf, die van de Italianen het verzoek had gekregen de opnames te kopiëren, de hand te leggen op de films. ‘Het was pure kinderpornografie’. In ijltempo schreef hij een onderzoeksrapport aan de Verenigde Naties, dat in december 1993 werd gepubliceerd en een internationaal schandaal in gang zette. Ernst Schade: ‘Het duurde toen nog zeven maanden en de nodige bedreigingen van de commandant aan mijn adres voordat de Italianen werden teruggeroepen door de VN. Veroordeeld werd niemand’.

KADAVERDISCIPLINE

De Mozambikaanse burgeroorlog, die duurde van 1977 tot 1992 en meer dan een miljoen doden kostte, was in feite een internationaal conflict. Tegenover elkaar stonden de communistisch angehauchte regeringspartij Frelimo, die warme steun genoot van de Sovjet-Unie, de DDR en Cuba, en de rebellen van Renamo, die hun wapens kregen aangeleverd van de VS, Rhodesië en Zuid-Afrika. ‘s Lands eerste president Samora Machel, die als aanvoerder van Frelimo al had gestreden tegen de Portugese overheerser,  kwam in 1986 om het leven bij een nog altijd als aanslag verdacht vliegtuigongeluk. Ernst Schade: ‘De weduwe van de president, Graça Machel, die later zou hertrouwen met Nelson Mandela, was een soort van royalty. Ik was er een keertje bij toen ze een bezoek bracht aan een landbouwinstituut in Mozambique, omdat ik in die periode ook voor het  lokale ministerie van Landbouw actief was. Iedereen, de ontwikkelingswerkers uit Europa en de Portugese kameraden incluis, sprong stram in de houding, en niemand vertrok een spier toen Graça zo lang en indringend begon te schelden op een van de medewerkers dat deze uiteindelijk in zijn broek begon te plassen, en zelfs toen toonde ze nog geen genade. Dat  was een indringende ervaring met de gestaalde oud-communistische kadaverdiscipline’.

BRAZILIAANSE GROOTMEESTER

In die periode leerde hij ook de wereldberoemde Braziliaanse fotograaf Sebastião Salgado kennen.  Schade: ‘Salgado was in Mozambique aan het werk en was door fotografen in Maputo naar mij verwezen. Zo stond hij op een dag ineens voor mijn deur in Chimoio. Het was alsof iemand die best wel aardig gitaar kan spelen, plotseling bezoek krijgt van Jimi Hendrix, die hem dan vraagt of hij een stukje mee mag spelen.’ Het was het begin van een lange vriendschap, die eindigde toen Salgado verleden jaar op 81-jarige leeftijd in Parijs overleed. Op zijn expositie in Porto, met alleen foto’s in zwart-wit, heeft Schade een ereplaats toebedeeld aan de Braziliaanse grootmeester, wiens werk hem naar eigen zeggen sterk heeft beïnvloed, samen met de humanistische journalistieke traditie van de Magnum-fotografen. Schade: ‘Salgado fotografeerde indringend, maar altijd met liefde en respect voor zijn onderwerp, en ik heb altijd geprobeerd dat ook te doen. Ik heb niet zo veel op met hit and run-fotografen, die geen band ontwikkelen met de mensen die zij fotograferen en zich eerder gedragen alsof zij op safari zijn, een beetje zoals mijn vader op zijn tocht door Afrika in 1938’.

Onderweg op Bolama. Foto: Ernst Schade

Het Afrikaanse land waar Ernst Schade de laatste decennia het meest fotografeerde, is het West-Afrikaanse Guinee-Bissau, eveneens een voormalige kolonie van Portugal. Zijn indringende portretten van de lokale bevolking, plus de stijlvolle foto’s van gebouwen en landschappen, vormen het hoofdbestanddeel van zijn tentoonstelling in Porto. Bijzonder fraai zijn de foto’s van het eiland Bolama en de achterliggende Bijagos-archipel voor de kust van de hoofdstad Bissau, dat door de lens van Ernst Schade lijkt op een Willink-schilderij in de tropen. Bolama was ooit de trotse hoofdstad van Portugees Guinee, werd na de dekolonisatie een vervallen ghost town, In de voormalige statige panden van het Portugese gouvernement huizen geiten en vleermuizen. De in grootse koloniale stijl opgetrokken gebouwen verkeren stuk voor stuk in verregaande staat van ontbinding.

NEDERLANDSE LIMONADEFABRIEK

Bolama, Guinee-Bissau: de ruïne van het ooit zo prestigieuze Nederlandse ontwikelingsproject Titina Bolama om het eiland een limonadefabriek te bezorgen.
Foto Ernst Schade

Ruïneus is eveneens de voormalige limonadefabriek van Bolama, waar het Nederlandse ministerie van Economische Zaken in de jaren zeventig ettelijke miljoenen guldens aan ontwikkelingshulp in stak. Ernst Schade: ‘De fabriek was een pronkstuk van het Nederlandse ontwikkelingswerk en er werd indertijd veel van verwacht. Nu rest er van de fabriek niet veel meer dan een geraamte van staal op een verlaten plek in het bos. Probleem was dat de fabriek bijna exclusief draaide op geïmporteerde spullen. Alleen het sap van de cajú (cashew) kwam uit Bolama, de rest – van de flessen tot aan de verpakkingsstickers – moest per boot worden aangeleverd. Tot overmaat van ramp bleken de bittere cajú-appeltjes van Bolama niet geschikt voor limonade. Het resultaat was dat al snel de lonen van de arbeiders niet meer konden worden opgebracht. Het personeel kwam na maanden geen loon te hebben ontvangen in opstand en roofde de fabriek leeg, tot aan het isolatiemateriaal van het dak, waar nu nog enkele slierten van hangen. Alleen de persmachines en een zware brandkluis gevuld met patroonhulzen bleven staan. De roest heeft ze inmiddels onbruikbaar gemaakt, maar naar ik vernomen heb zijn er  plannen om de fabriek weer te openen’.

Gevonden etiket van de sapfabriek op Bolama.
Foto: Ernst Schade

DEKOLONISATIE

Het zijn beelden die symbolisch mogen heten voor de niet-ingeloste beloften van de dekolonisatie. Ernst Schade: ‘Maar dat betekent niet dat die dekolonisatie als een vergissing moet worden gezien, zoals mijn vader met zijn haat aan alles dat in communistische reuk stond zou hebben gevonden. Ik ben ervan overtuigd dat het allemaal ooit nog goed komt. Ik zou nu alleen niet weten wanneer en hoe precies’.

Fotograaf Ernst Schade bij de opening van zijn expositie in Porto.

Na zestien tropenjaren in Afrika vestigde Schade zich als fotograaf in Lissabon, waar hij nog altijd woont. Hersteld van de kwetsuren van een ernstig motorongeluk in Lissabon denkt Schade alweer aan zijn volgende reis naar Guinee-Bissau met de ‘branco pélele-expres’, zoals hij de kleine groepsreizen noemt voor vrienden en bekenden die hij organiseerde, vrij naar het plagerijtje dat de witte bezoeker aan Guinee-Bissau gewoonlijk naar het hoofd krijgt geslingerd: branco pélele, withuid. Misschien was dat ongeluk met de motor wel een kwestie van voorzienigheid: terwijl de fotograaf in zijn ziekenhuis zo liefdevol werd verzorgd door verpleegsters uit Guinee-Bissau dat hij er naar eigen zeggen graag langer zou zijn gebleven, verging de volgepakte veerboot van Bissau naar Bolama met man en muis. Dat lot is de ervaren zeezeiler dan gelukkig bespaard gebleven.

Bouwvakkers op Bolama in de pauze bij hun restauratiewerk aan een voormalig Portugees koloniaal pand in 2006.
Foto Ernst Schade

Voor meer info: www.ernstschade.com

De expositie África Vista por Duas Gerações (1938-1995) – Africa seen through the eyes of two generations (1938-1995) is nog tot 28 juni 2026 te zien in het Centro Português de Fotografia, Largo Amor de Perdição, Porto. Toegang is gratis.

 

Mijn gekozen waardering € -