Onze correspondent blikt terug op een roerige zomer, waarin het Portugese landoppervlak voor een kwart affakkelde, de regering-Montenegro geplaagd wordt door schandalen, en de persoonlijkheidsscultus rond Cristiano Ronaldo slijtageplekken oploopt.

TEKST RICUS VAN DER KWAST

Het zomernieuws in Portugal had wel een opkikker kunnen gebruiken. Als het niet over komkommers gaat, staat het landelijke nieuws vooral in het teken van het jaarlijkse gevecht met de bosbranden. In de afgelopen twintig jaar is er geen land in Europa geweest waar meer land is afgebrand dan Portugal: in totaal meer dan twee miljoen hectare, 23% van het landoppervlak.

Als het niet over vuur gaat, gaat het over politiek, al evenmin iets om vrolijk van te worden. Deze zomer zit er niet een, maar zitten er drie ministers op de wip:

De minister van Volksgezondheid, vanwege haar chronische wanbeleid, vooral bij de organisatie van de spoedeisende hulp,

De minister van Binnenlandse Zaken, die vol blijft houden dat hij de verplichte bouwvergunning van zijn zwembad niet heeft aangevraagd omdat het in werkelijkheid een opslagtank is, die verder niets vreemd ziet in zijn vrijgave van in beslag genomen vaten met chemicaliën voor het maken van drugs, vaten die vervolgens zijn opgedoken in de loods van een bevriend ondernemer, toevallig dezelfde van de bouw van dat zwembad, pardon, die opslagtank,

De minister van Onderwijs tot slot, die de digitale correctie van de landelijke eindexamens middelbare school zo in de soep heeft laten lopen dat leerlingen wekenlang op hun resultaat moesten wachten, vervolgens tot hun stomme verbazing zagen dat er flarden antwoord waren kwijtgeraakt of meebeoordeeld waren in het examen van een klasgenoot, dat een leerling een 3,5 voor wiskunde kreeg wat later een 9,5 bleek te zijn, dat de universitaire toelatingsexamens uitgesteld moesten worden, waarna de minister zich onsterfelijk maakte door te zeggen dat het mooie van digitalisering is dat de fouten zo transparant zijn.

OPKIKKER

Treurig zomernieuws dus, en die broodnodige opkikker had in dit voetbalgekke land kunnen komen van succes van de Portugese mannen bij de Mundial. Misschien geen titel, maar een plaats in de halve finales leek zeker haalbaar. De Top 50 van beste spelers die The Athletic voor het WK had samengesteld telde maar liefst zeven Portugezen. (Er prijkte welgeteld één Nederlander op de lijst: Virgil van Dijk op nummer 28.) Het Portugese middenveld werd geroemd als het beste ter wereld. Dit was de beste generatie ooit.

Het land presteerde bovendien goed in jaren die eindigden op een zes; de bijgelovige Portugees ontgaat zoiets niet. In 1966 debuteerde Portugal op het WK en eindigde meteen als derde, met een schitterende Eusébio als topscorer van het toernooi. Nadat onder meer met Nederland was afgerekend in de Slag van Neurenberg (zestien gele en vier rode kaarten), behaalde Portugal in 2006 een vierde plaats. In 2016 volgde tenslotte de Europese titel, dankzij een felbevochten winst op Frankrijk. De voortekenen waren dus goed.

Maar het mocht niet zo zijn. Op een weinig overtuigende groepfase en een benauwde zege op Kroatië volgde een roemloze uitschakeling tegen Spanje in de achtste finales. Het team heeft niet kunnen overtuigen. In het FIFA World Cup Team of the Tournament zat geen enkele Portugees, al had Nuno Mendes, als linksback een soort moderne Ruud Krol, een plaats verdiend.

Het is moeilijk om bij het falen van een nationaal sportteam de schuld over de grens te zoeken, maar het gebeurde hier toch: Roberto Martinez, de Spaanse coach die direct na afloop van die verloren wedstrijd zijn ontslag indiende. Tussen 2016 en 2022 had Martinez de Belgische nationale ploeg onder zijn hoede gehad. Ook dat was een gouden generatie. De Rode Duivels waren in die periode drieënhalf jaar achtereen nummer één op de wereldranglijst, maar kwamen nooit verder dan een derde plaats, op het WK van 2018.

Goed, díe Martinez dus. Hij past goed bij de bescheiden mentaliteit van landen als België en Portugal, maar wereldtitels win je niet met hem.

Toch werd de hand ook in eigen boezem gestoken. Dat wil zeggen: er werd met de vinger naar Cristiano Ronaldo gewezen. De eenenveertigjarige aanvaller, onbetwist de beste Europese voetballer van deze eeuw, wil als eerste in zijn sport 1000 goals in officiële matches gescoord hebben. De teller staat (1 augustus 2026) op 976.

LEVEND STANDBEELD 

CR7 is een monument en soms is hij dat letterlijk, een standbeeld dat niet beweegt, een sta-in-de-weg. Van de aanvallers van de landen die de achtste finales gehaald hebben is hij degene die de minste meters gemaakt heeft. Tijdens zijn zesde WK (een record) verzamelt hij verder vooral negatieve records. Hij is de speler geworden die bij een WK-eindtoernooi de meeste schoten heeft gelost (17) zonder ook maar één doelkans voor een ploeggenoot te creeëren. Met acht nederlagen bij zijn zes deelnames staat hij op eenzame hoogte, terwijl hij het met zijn twaalf overwinningen moet afleggen tegen de twintig van rivaal Lionel Messi, de speler met de meeste zeges.

PORNOGRAFISCHE CULTSTATUS

Beroemdheden mengen zich in de Ronaldo-discussie. De gemoederen lopen hoog op. Zo vraagt schrijfster Isabela Figueiredo zo niet om een eerbetoon, dan toch om respect voor de voetballer met de imposante staat van dienst. Daar tegenover staat Miguel Sousa Tavares, een van ’s lands opperste opiniemakers, die juist zijn afkeer uitspreekt over de heldenstatus die de Seleção is aangemeten. Vooral hekelt hij de haast pornografische cultstatus van Ronaldo. Typisch Portugees vindt hij het om teamgeest te verwarren met kritiekloze verering van de baas.

Maar het gaat dieper en verder terug. Sinds veertig jaar rijgt het land onafgebroken gouden generaties aan elkaar, eerst met Luís Figo, Rui Costa, toen Ronaldo, Pepe, Bernardo Silva en nu met zowat de hele selectie. Toegegeven: de Europese titel uit 2016 was mooi, winst in de Nations League  (2019, 2025) spreekt nog weinig tot de verbeelding, maar op het wereldtoneel moet Portugal het doen met die vierde plaats uit 2006, wat mager afsteekt vergeleken met bijvoorbeeld Kroatië (3e in 1998 en 2022, 2e in 2018) of Nederland (4e in 1998, 2e in 2010, 3e in 2014).

Het lijkt erop alsof al die spelers die bij hun club de sterren van de hemel spelen, zodra ze het nationale shirt aantrekken zich plotseling realiseren dat ze Portugezen zijn, en dan zakt de moed hun in de schoenen. Het zal nog een hele kluif zijn om daar verandering in te brengen. 2046 is daarom een goed mikpunt voor een Portugese wereldtitel. Dan zit er ook weer een zes in het jaar.

Foto: Buste ter ere van Cristiano Ronaldo op de luchthaven van Funchal op Madeira. Wikicommons.

© Ricus van der Kwast, juli-augustus 2026

 Dit artikel is ook verschenen in Argus, jaargang 10, nummer 228, 13 augustus 2026

Deel dit artikel
Mijn gekozen waardering € -